Zelfstandigheid, vrijheid, discipline

In de Montessorischool ontwikkelen de kinderen hun zelfstandigheid en leren ze omgaan met vrijheid en discipline.

De zelfstandigheid van kinderen wordt nogal eens onderschat. Een kind van drie of vier jaar kan al heel veel zelf, als we het maar de kans geven. Het zelf iets kunnen zonder hulp van de volwassene is voor het kind vaak een overwinning. “Kijk eens wat ik al kan” hoor je een peuter vaak apetrots zeggen.

Zelfstandigheid betekent onafhankelijkheid. Zelfstandigheid is voor het leren op school dan ook heel belangrijk. Wanneer het kind zelf dingen kan leren, is het minder afhankelijk van de leerkracht en hoeft dus ook niet te wachten als die leerkracht een ander kind helpt. Ieder kind kiest daarom zelf het werk dat het alleen, of samen met een ander, gaat doen.

De praktijk leert dat kinderen activiteiten kiezen die nauw aansluiten bij hun eigen ontwikkeling. Kinderen leren goede keuzes te maken en de leerkracht helpt daarbij als dat nodig is.
Oudere kinderen leren we ook hun eigen werk te plannen. Hen wordt geleerd zelf verantwoordelijk te zijn voor hun taken.

Toch is het niet zo dat een kind voortdurend vrij is om te kiezen. Naast vrije keuze is er sprake van basiswerk. Dit werk komt voort uit het werken met methoden.